Algemene Nabestaanden Wet

Recht op geld - geld pakken

Doe nu de test om te kijken waar u recht op hebt.

Contact

De SVB heeft regiokantoren in Amstelveen, Breda, Deventer, Groningen, Leiden, Nijmegen, Roermond, Rotterdam, Utrecht en Zaanstad. Ga naar de Svb.nl om de contactgegevens te zien van uw SVB-kantoor.

Link: De Sociale Verzekeringsbank (SVB)

Feedback

Als u antwoord wilt, gebruik dan het contactformulier.

3 maal 3 is: (anti-spam maatregel)
Verzenden
Algemene Nabestaanden Wet

Als een echtgenoot, partner of ouder komt te overlijden, dan heeft dit financiële consequenties voor partner en/of kinderen. Op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) kunnen nabestaanden in aanmerking komen voor een nabestaandenuitkering. Ook weeskinderen komen in aanmerking voor een uitkering.

Wat zijn de voorwaarden?

Voorwaarden voor partner van overledene

In sommige gevallen hebt u recht op een nabestaandenuitkering als uw partner is overleden. Uw partner moet in ieder geval in Nederland hebben gewoond of gewerkt. Daarnaast gelden de volgende voorwaarden:

  • U bent vóór 1950 geboren maar nog geen 65 jaar, óf
  • U bent voor minstens 45% arbeidsongeschikt

Het maakt niet uit of u getrouwd was of samen woonde met uw overleden partner.

Voorwaarden voor kinderen van wie één ouder is overleden

In de meeste gevallen hebt u recht op een halfwezenuitkering als uw partner is overleden en uw kinderen verzorgt die jonger zijn dan 18 jaar. Uw partner moet in ieder geval in Nederland hebben gewoond of gewerkt. Daarnaast gelden de volgende voorwaarden:

  • U bent jonger dan 65 jaar
  • U verzorgt een eigen kind, pleegkind, stiefkind of adoptiekinder dat jonger is dan 18 jaar
  • Dit kind is een kind van de overleden ouder
  • Dit kind woont nog thuis en is ongehuwd

Soms krijgt een kind een wezenuitkering als één van de ouders is overleden. Dit is het geval als:

  • de moeder is overleden en niet wettelijk vastligt wie de vader is, of
  • een ouder is overleden en de andere ouder al vóór het overlijden uit het ouderlijk gezag is ontzet

Voorwaarden voor kinderen van wie beide ouders zijn overleden

Kinderen kunnen een wezenuitkering krijgen als beide ouders zijn overleden. Het maakt niet uit of het kind een eigen kind is of een geadopteerd kind. Een kind krijgt alleen een wezenuitkering als de ouder die het laatst overleden is, in Nederland woonde of werkte.

Voor kinderen tussen de 16 en 21 jaar gelden aanvullende voorwaarden

Een wees van 16 of 17 jaar krijgt een wezenuitkering zolang hij:

  • overdag op school zit en bezig is met het behalen van een startkwalificatie, of
  • is vrijgesteld van het behalen van een startkwalificatie, of
  • na het behalen van een startkwalificatie nog volledig dagonderwijs volgt

Een wees van 18 tot 21 jaar krijgt een wezenuitkering zolang hij:

  • volledig dagonderwijs volgt

Een wees van 16 tot 21 jaar die voor het huishouden zorgt krijgt een wezenuitkering als:

  • hij ongehuwd is, niet samenwoont en meer dan de helft van de tijd besteedt aan het verzorgen van het huishouden, en
  • er in dat huishouden nog een ander kind woont met een wezenuitkering, bijvoorbeeld een broer of zus, en
  • de wees die voor het huishouden zorgt, een startkwalificatie heeft behaald, of is vrijgesteld van het behalen van een startkwalificatie

Een startkwalificatie is een diploma van de havo, het vwo, of het mbo niveau 2 of hoger. Kinderen zijn vrijgesteld van het behalen van een startkwalificatie als zij bijvoorbeeld gehandicapt zijn of op een school hebben gezeten voor praktijkonderwijs of speciaal onderwijs.

Een wezenuitkering stopt ook als het kind langer dan een maand in een gevangenis of huis van bewaring verblijft. De leeftijd speelt daarbij geen rol.

Hoeveel kan ik ontvangen?

Nabestaandenuitkering

De bruto maximale nabestaandenuitkering bedraagt € 1.127,83 (per 1 januari 2012).

Halfwezenuitkering

Als u een of meer kinderen tot 18 jaar, van wie één ouder is overleden, in uw huishouden verzorgt, hebt u recht op een halfwezenuitkering. Hoeveel kinderen u verzorgt maakt voor de hoogte van de uitkering niet uit.

De halfwezenuitkering bedraagt 20% van de ANW, wat neerkomt op netto per maand € 269,65 (per 1 januari 2012), inclusief tegemoetkoming en exclusief vakantiegeld.

Wezenuitkering

Recht op wezenuitkering heeft een kind, van wie beide ouders zijn overleden (tot 16 jaar, bij invaliditeit tot 18 jaar en als een kind studeert tot 21 jaar).

Bedragen wezenuitkering per 1 januari 2012
Bruto per maand
Wezenuitkering tot 10 jaar€ 371,70
Wezenuitkering van 10 tot 16 jaar€ 549,62
Wezenuitkering van 16 tot 21 jaar€ 727,53

ANW en andere inkomsten

De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van uw inkomen. Inkomen in verband met (vroegere) arbeid (bijvoorbeeld een WAO-, WIA- of WW-uitkering) wordt er geheel van afgetrokken. Van inkomen uit arbeid (loon, winst, VUT, vervroegd pensioen of een bovenwettelijke uitkering) blijft een deel buiten beschouwing: 50 procent van het minimumloon (bruto minimumloon is € 1.446,60 per 1 januari 2012) plus een derde deel van wat u boven dit bedrag verdient. Daardoor wordt bij een inkomen uit arbeid van bruto € 723,30 de nabestaandenuitkering nog volledig uitbetaald. Is het inkomen hoger, dan wordt de nabestaandenuitkering lager.

Voor de ANW tellen de volgende inkomsten niet mee:

  • vermogen
  • inkomen uit vermogen (bijvoorbeeld kamerverhuur)
  • een uitkering uit verzekeringspolissen
  • een uitkering uit een particulier of collectief afgesloten nabestaandenpensioen
  • rente-inkomsten

Tegemoetkoming

Als u in aanmerking komt voor een nabestaanden-, wezen-, of halfwezenuitkering, krijgt u per 1 januari 2012 ook een tegemoetkoming als aanvulling op deze uitkering van € 15,88 bruto per maand).

Overgangsregeling

Nabestaanden die vóór 1 juli 1996 AWW-gerechtigd (Algemene Weduwen- en Wezenwet) waren, vallen onder een overgangsregeling. Neem voor meer informatie contact op met de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Hoe kan ik het aanvragen?

Als een persoon die in Nederland is ingeschreven komt te overlijden krijgt de huwelijkspartner, geregistreerd partner of wees (jonger dan 21 jaar) binnen twee weken een brief van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over de nabestaandenuitkering. Woonde de overledene niet in Nederland of was er geen sprake van huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan hebt u als nabestaande mogelijk toch recht op een uitkering. Neem contact op met de SVB voor meer informatie.

De ANW-uitkering stopt als u niet meer aan de voorwaarden voldoet. Dit is in de volgende gevallen:

  • U wordt 65 jaar. U krijgt dan een uitkering op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW).
  • U hertrouwt, gaat een geregistreerd partnerschap aan of gaat samenwonen. Bij verbreking van de samenwoning binnen zes maanden kunt u weer terugvallen op de nabestaandenuitkering.
  • Als u thuis een hulpbehoevende verzorgt of als u zelf hulpbehoevend bent en om die reden samenwoont, wordt uw ANW-uitkering niet beëindigd maar verlaagd tot 50 procent van het minimumloon.
  • U vertrekt naar het buitenland. Of de uitkering stopt, is afhankelijk van uw verblijfplaats.
  • Het jongste kind wordt 18 jaar of gaat tot het huishouden van een ander behoren.
  • U bent niet langer arbeidsongeschikt.

Let op: De laatste twee redenen gelden niet voor nabestaanden geboren vóór 1 januari 1950. Hetzelfde geldt voor nabestaanden geboren tussen 1 januari 1950 en 1 juli 1956 en vóór 1 juli 1996 gehuwd, als de echtgenoot vóór 1 juli 1999 is overleden. Zij ontlenen het recht op een uitkering aan een overgangsregeling.

Waar vind ik meer informatie?