Belastingen - actueel
Het kabinet wil de houdbaarheid van de overheidsfinanciën verbeteren. Door nu maatregelen te nemen heeft Nederland straks een antwoord op de vergrijzing. Een meer gelijkmatige verdeling van de vergrijzingkosten tussen ouderen en jongeren zal in belangrijke mate bijdragen aan een houdbare oudedagsvoorziening. Dit Belastingplan bevat daartoe twee maatregelen, de doorwerkbonus en de houdbaarheidsbijdrage.
In het kader van de arbeidsparticipatie bevat het Belastingplan onder andere een verhoging van de inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting. Deze korting maakt het voor alleenstaanden en minstverdienende partners met kinderen aantrekkelijker om meer te gaan werken. Ook wordt de maximale ouderschapsverlofkorting verhoogd.
Belastingdienst vult aangifte zelf in
De fiscus gaat dit jaar voor het eerst de belastingaangifte van particulieren zelf invullen. Naar verwachting zullen ongeveer anderhalf miljoen mensen gebruik maken van de automatische aangifte. Zij hoeven de gegevens alleen maar te controleren. De ingevulde belastingaangifte is bedoeld voor mensen met eenvoudig financieel plaatje.
Lees verder: Belastingdienst vult aangifte zelf in
Tips bij het invullen van belastingaangifte
- U moet voor 1 april reageren. Indien u dit niet doet krijgt u een boete. Denkt u echter dat het niet gaat lukken voor 1 april? Vraag dan voor 1 april om uitstel. Gewoonlijk krijgt u dan tot 1 juli uitstel.
- Houdt uw aangifte van vorig jaar erbij. Dit kan u helpen bij het invullen van dit jaar. Wist u trouwens dat u tot 5 jaar terug aangiften kunt doen?
- Alle papieren, bijlagen en overzichten die u gebruikt voor uw aangiften moet u bewaren, maar niet meesturen. De belastingdienst kan er jaren later nog naar vragen.
- Doe de Rechtopgeld-test om te weten welke heffingskortingen u allemaal kunt aanvinken. Dit doet de belastingdienst niet altijd automatisch.
- Heeft u hulp nodig? Bel dan de BelastingTelefoon gratis op nummer 0800-0543. Daarnaast hebt u wellicht recht op gratis hulp. Als u aangesloten bent bij een belangenorganisatie (zoals een vakbond bijvoorbeeld) kan het zijn dat zij een belastingservice aanbieden.
Doorwerkbonus
Ouderen worden met een doorwerkbonus gemotiveerd om vanaf het jaar waarin zij 62 worden door te blijven werken. In de leeftijdsgroep 62 en ouder is namelijk sprake van een aanzienlijk arbeidspotentieel dat op dit moment onvoldoende wordt benut. Het kabinet heeft er bovendien voor gekozen ook 65-plussers een doorwerkbonus toe te kennen. Hiermee wil het kabinet die mensen ook stimuleren om door te werken. De doorwerkbonus wordt vormgegeven als een korting op de te betalen belasting (heffingskorting). De hoogte van de bonus loopt met de leeftijd en met het inkomen uit arbeid op. Iemand die in de loop van een jaar 62 wordt, krijgt over dat jaar een bonus van 5% van het inkomen verdiend met arbeid. In het jaar dat iemand 63 wordt is de bonus 7% en in het jaar dat iemand 64 wordt loopt de bonus verder op tot 10% van het inkomen. De bonus wordt berekend over het inkomen dat meer bedraagt dan € 8 860. Over het inkomen boven € 54 776 (einde van de derde schijf) wordt de bonus niet berekend. De bonus wordt berekend over het verschil tussen € 8 860 en maximaal € 54 776, dus over maximaal € 45 916 (cijfers 2009).
Tabel: bonus per persoon ( in euro’s)
| 62 jr | 63 jr | 64 jr | 65 jr | 66 jr | 67 jr (e.v.) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bonus | ||||||
| - percentage | 5% | 7% | 10% | 2% | 1% | 2% |
| - maximaal | 2 296 | 3 214 | 4 592 | 918 | 459 | 918 |
Nieuw: de Doorwerkbonus
Doorwerkbonus wordt pas in 2010 uitgekeerd
Ga eens wat doen aan je pensioen!
Kredietcrisis en je pensioen
Eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait is het voordeel uit uw eigen woning dat u tot uw inkomen moet rekenen. U berekent dit door de WOZ-waarde te vermenigvuldigen met een bepaald percentage.
Tot en met 2008 zat er een maximum aan de hoogte van het eigenwoningforfait. Met ingang van 2009 is er geen maximum meer. Hierdoor kan het bedrag van het eigenwoningforfait veel hoger zijn, dan in 2008. Uw aftrek wordt daardoor lager.
WOZ en bezwaar
Bespaartips voor woningbezitters
Hypotheek aflossen: Wet Hillen
Gratis hypotheekadvies bestaat niet!
Belastingvoordeel pensioengat: nu ook bij de bank
Lijfrente
Als u een lijfrente afkoopt, betaalt u over de afkoopsom revisierente. Bovendien moet u de premies die u aftrekt, aangeven als negatieve uitgaven.
Met ingang van 2009 is deze regeling aangepast. Koopt u een lijfrente met een waarde van maximaal € 4.000 af? We belasten dan de afkoopsom als een uitkering van een lijfrentetermijn. U betaalt geen revisierente meer. Ook hoeft u de premies die u in vorige jaren hebt afgetrokken niet meer aan te geven als negatieve uitgaven.
Geen splitsing box 1 en box 3 meer
Daarnaast wordt met ingang van 2009 de uitkeringen van lijfrentetermijnen en andere periodieke uitkeringen belast in box 1. De premie die u betaalt voor een lijfrente-overeenkomst hoeft niet meer gesplitst te worden in een deel in box 1 en een deel in box 3. Dit geldt ook voor de lijfrentespaarrekening.
Afkoop en lijfrente (met voorbeelden)
Aftrek ziektekosten
De belastingaftrek van ziektekosten is in 2009 veranderd. De nieuwe regeling aftrek specifieke zorgkosten vervangt vanaf 2009 de oude regeling aftrek buitengewone uitgaven.
Bepaalde kosten zijn niet meer aftrekbaar. Dat geldt niet voor de kosten voor ziekte en invaliditeit. Deze blijven onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar. Hieronder leest u welke kosten u wel en welke u niet kunt aftrekken.
Aftrekbare specifieke zorgkosten 2009
Kosten voor een bezoek aan de huisarts of voor voorgeschreven medicijnen mag u nog aftrekken. Verder mag u uitgaven aftrekken voor:
- genees- en heelkundige hulp
- voorgeschreven medicijnen
- hulpmiddelen zoals steunzolen of een rolstoel
- vervoer zoals reiskosten naar een huisarts of ziekenhuis
- een dieet
- extra gezinshulp
- extra kleding en beddengoed
- reiskosten ziekenbezoek
De volgende kosten zijn niet meer aftrekbaar:
- premies aanvullende zorgverzekering
- huisapotheek
- brillen, contactlenzen, ooglaserbehandeling en andere gezichtsondersteunende hulpmiddelen
- eigen bijdrage voor verpleging in een AWBZ-instelling
- eigen bijdrage voor de Wet maatschappelijke ondersteuning
- uitgaven voor overlijden, bevalling, kraamhulp en adoptie
- de vaste aftrek voor:
- 65-plussers
- arbeidsongeschikten
- chronisch zieken
Zie ook: Buitengewone uitgavenregeling (BU-regeling).
Zorg voor je nieuwe zorgverzekering
Donorpolis? Superslim!
Tegemoetkoming specifieke zorgkosten
Met ingang van 2009 wordt de regeling tegemoetkoming buitengewone uitgaven vervangen door de regeling tegemoetkoming specifieke zorgkosten. Door deze regeling krijgt u in bepaalde gevallen een tegemoetkoming voor het deel van de heffingskortingen dat u niet gebruikt, omdat u aftrek specifieke zorgkosten hebt.
De tegemoetkoming baseren wij op de aangifte inkomstenbelasting van het voorgaande jaar.
Zie: Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)
Tarieven
Tarieven box 1 (werk en woning)
De tarieven van de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen zijn gewijzigd ten opzichte van 2008.
Tabel: maximale effecten beperkte indexatie per persoon in een jaar (in euro’s)
| Schijf | tot 65 jaar | 65 jaar en ouder | |
|---|---|---|---|
| 1 | t/m € 17.878 | 33,50% | 15,60% |
| 2 | vanaf € 17.878 t/m € 32.127 | 42% | 24,10% |
| 3 | vanaf € 32.127 t/m € 54.776 | 42% | 42% |
| 4 | vanaf € 54.776 en hoger | 52% | 52% |
Tarief box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang)
Het tarief op het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang is 25%.
Tarief box 3 (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen)
Het tarief op het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen is 30%.
Arbeidskorting
Vanaf 2009 wordt het maximum van de arbeidskorting verlaagd met maximaal € 24 als uw inkomen uit arbeid meer bedraagt dan € 42509.
Inkomstenbelasting: Afschaffing medeondertekening bij toeslagen
Voor ontvangers en aanvragers van toeslagen wordt het eenvoudiger om wijzigingen door te geven aan de Belastingdienst/Toeslagen. Opgaven van wijzigingen in omstandigheden, die van belang zijn voor de beoordeling van de aanspraak of voor de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming, hoeven voortaan niet meer door de aanvrager en de partner en eventueel door de medebewoner(s) gezamenlijk te worden ondertekend. Deze verplichte medeondertekening wordt veelal als omslachtig ervaren.
Houdbaarheidsbijdrage
Met ingang van 1 januari 2011 wordt van ouderen die doorwerken een houdbaarheidsbijdrage naar draagkracht gevraagd. Deze bijdrage wordt ingebed in de schijvenstructuur van de loon- en inkomstenbelasting en premieheffing voor de volksverzekeringen. De bovengrens van de tweede schijf wordt met ingang van 2011 niet meer volledig maar nog voor 75% geïndexeerd. De houdbaarheidsbijdrage is dan het gedeelte van het inkomen dat als gevolg van deze beperkte indexatie extra in de derde schijf terecht komt. Omdat het tarief in de derde schijf voor 65-plussers 17,9% hoger is dan het tarief in de tweede schijf, bedraagt de houdbaarheidsbijdrage maximaal 17,9% over het gedeelte van het inkomen dat extra in de derde schijf valt.
In 2009 ligt de grens tussen de tweede en de derde schijf op € 32 127. Voor 65-minners, is het verschil tussen het tarief in de tweede schijf en het tarief in de derde schijf in 2009 verdwenen. Voor deze groep heeft de beperkte indexatie van de tweede schijf dus geen gevolgen. Ouderen die geboren zijn voor 1946 en in 2011 dus minimaal 65 jaar zijn, zijn volledig uitgezonderd van de houdbaarheidsbijdrage.
Tabel: maximale effecten beperkte indexatie per persoon in een jaar (in euro’s)
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2020 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 52 | 103 | 154 | 204 | 254 | 303 | 497 |
Inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting
Op grond van het Belastingplan 2008 wordt de aanvullende combinatiekorting per 1 januari 2009 inkomensafhankelijker gemaakt. Deze inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekorting (IACK) beoogt meer werken aantrekkelijker te maken voor alleenstaanden en minst verdienende partners met kinderen.
Met ingang van 2009 vervallen de combinatiekorting en de aanvullende combinatiekorting. Daarvoor in plaats is er nu de inkomensafhankelijke combinatiekorting. U krijgt deze korting als u meer dan € 4.619 aan inkomsten uit tegenwoordige arbeid hebt.
De inkomensafhankelijke combinatiekorting is maximaal € 1.765, of € 822 als u 65 jaar of ouder bent.
| IACK | 2008 | 2009 | |
|---|---|---|---|
| - vast bedrag | 746 | 770 | Indexeren en verhogen met € 11 |
| - opbouwpercentage | - | 3,8% | Verhogen met 0,7% |
| - totaal maximum | - | 1 764 | Indexeren en verhogen met € 899 |
Ouderschapsverlofkorting
De ouderschapsverlofkorting biedt financiële ondersteuning voor werknemers die gebruik maken van hun wettelijk recht op ouderschapsverlof. Met ingang van 1 januari 2009 is het recht op ouderschapsverlofkorting uitgebreid van 13 naar 26 weken. Hierdoor wordt het maximale bedrag van de ouderschapsverlofkorting hoger.
De ouderschapsverlofkorting berekent u door het aantal uur ouderschapsverlof dat u hebt opgenomen te vermenigvuldigen met € 3,99 per uur dat u verlof hebt. De korting is niet meer dan het bedrag dat u in 2009 minder krijgt aan belastbare loon in vergelijking met 2008.
Daarnaast hoeft u niet meer deel te nemen aan de levensloopregeling om ouderschapsverlofkorting te krijgen.
Levensloopregeling 2009
Kiezen tussen levensloop en spaarloon
Algemene heffingskorting
Met ingang van 2009 wordt de uitbetaling van de partner die weinig of geen inkomen heeft, afgebouwd. Dit gebeurt over een periode van 15 jaar, met een jaarlijkse afbouw van 6 2/3%.
Voorbeeld
U bent geboren na 31 december 1971 en hebt geen inkomen. U hebt geen kinderen die bij u wonen en op 31 december 2008 jonger dan 6 jaar zijn. Uw fiscale partner is voldoende belasting verschuldigd om aan u de algemene heffingskorting te kunnen uitbetalen. U hebt recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting van € 2007. De afbouw voor het jaar 2009 is 6 2/3% en is dan € 134. De uitbetaling is in dit geval € 2.007 - € 134 = € 1.873.
Let op!
De afbouw van de algemene heffingskorting geldt niet in de volgende gevallen:
Voorbeeld
U bent geboren vóór 1 januari 1972 en uw loon is € 4.000. De belasting hierover is € 1.340. De algemene heffingskorting is € 2.007 en de arbeidskorting € 70. Totaal € 2.077. Het verschil tussen uw berekende belasting en uw heffingskortingen is € 2.077 min € 1.340 = € 737. Uw fiscale partner heeft een inkomen van € 35.000. Zijn belasting hierover is € 13.180. Zijn algemene heffingskorting is € 2.007 en de arbeidskorting € 1.504. Totaal € 3.511. De verschuldigde belasting van uw fiscale partner is € 13.180 min € 3.511 = € 9.669. Omdat uw fiscale partner meer belasting verschuldigd is dan € 737, betalen wij u € 737 aan heffingskorting uit. Omdat u geboren bent vóór 1 januari 1972 wordt de uitbetaling van de algemene heffingskorting niet afgebouwd.
Bedragen heffingskortingen
De bedragen van de heffingskortingen zijn gewijzigd ten opzichte van 2008.
Tabel: Bedragen heffingskortingen 2009
| Heffingskorting | tot 65 jaar | 65 jaar en ouder |
|---|---|---|
| Algemene heffingskorting | € 2.007 | € 935 |
| Arbeidskorting (maximaal) tot 57 jaar 57, 58 of 59 jaar 60 of 61 jaar 62 jaar of ouder | € 1.504 € 1.762 € 2.018 € 2.201 | € 1.059 |
| Doorwerkbonus 62 jaar (5%) 63 jaar (7%) 64 jaar (10%) | € 2.296 € 3.214 € 4.592 | |
| Doorwerkbonus 65 jaar (2%) 66 jaar (2%) 67 (en ouder) jaar (1%) | € 918 € 918 € 459 | |
| Inkomensafhankelijke combinatiekorting | Maximaal € 1.765 | Maximaal € 823 |
| Alleenstaande-ouderkorting | € 902 | € 421 |
| Aanvullende alleenstaande-ouderkorting (maximaal) | € 1.484 | € 692 |
| Jonggehandicaptenkorting | € 678 | |
| Ouderenkorting | € 661 | |
| Alleenstaande-ouderenkorting | € 410 | |
| Levensloopverlofkorting | € 195 | |
| Ouderschapsverlofkorting (per verlofuur) | € 3,99 | |
| Korting maatschappelijke beleggingen | 1,3% van de vrijstelling in box 3 | 1,3% van de vrijstelling in box 3 |
| Korting directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen | 1,3% van de vrijstelling in box 3 | 1,3% van de vrijstelling in box 3 |

Bestel Crisischecklist van Marieke Henselmans NU zonder verzendkosten!